De wegen van Willibrord

Willibrord was een bereisd man. Afkomstig uit Ierland, gestudeerd in Engeland, bisschop van Utrecht en een ‘eigen’ klooster in Echternach, Luxemburg. In Nederland beschouwen we hem vooral in onze nationale context, als stichter van het bisdom Utrecht. Het Willibrordpad, waarvan we jaarlijks vijf etappes lopen in de vorm van de Willibrord pelgrimstocht, gaat rond in zijn bisdom. In de St. Catharinakathedraal aan de Lange Nieuwstraat in Utrecht staat een beeld van hem en wordt hij vereerd met een reliekschrijn onder het altaar. Willibrord: onze apostel van de lage landen. We zijn trots op hem, en terecht.

Als initiatiefnemer van de Willibrord pelgrimstocht en als ‘vriend’ van Willibrord had ik me voorgenomen om eens verder te reizen in het voetspoor van Willibrord. Augustus 2014 was het zover en ben ik voor enkele dagen naar Echternach gereisd om zijn presentie daar te onderzoeken. Vanuit een mooie hotelkamer met zicht op de Willibrordbasiliek ondernam ik mijn queeste.

Wat me direct opviel was dat Echternach het ‘thuis’ is van Willibrord, meer dan Utrecht. Zijn crypte is hier, waar hij al sinds zijn dood in 739 ligt. In Utrecht hebben ze alleen een armbeen van hem, gekregen uit Echternach. Behalve zijn crypte en basiliek is er het oude klooster, nu een privéschool en natuurlijk de beroemde Willibrordprocessie van Echternach die jaarlijks wordt gehouden onder belangstelling van tienduizenden uit meerdere Europese landen. Het bisdom Utrecht organiseert er een jaarlijkse tocht naartoe. Over de processie is een mooi klein museum naast de basiliek. En er is een levensverhaal in stripvorm. Tja, in Echternach zijn ze ook trots op hun Willibrord.

Willibrord ligt in een mooie sarcofaag in zijn crypte onder de basiliek. Dat was ook zijn geluk tijdens de tweede wereldoorlog. De basiliek werd tot de grond toe platgebombardeerd. Willibrords rust werd er niet door verstoord, hij lag diep verscholen. Na de oorlog is de basiliek weer opgebouwd.

Op maandagochtend nam ik deel aan de ‘Willibrordmis’ die door de flegmatische en sympathieke pastoor met veel liefde werd opgedragen in de crypte. We waren met een klein aantal. De pastoor nam er geen aanstoot aan. Het werd een kleine, intieme mis voor ‘zijn’ Willibrord. Hij las Matteus 19:27-30, de tekst die zo belangrijk voor me was toen ik 34 jaar geleden tot geloof gekomen was. Mooi, op de dag dat ik net 50 levensjaren had voltooid. Met een warm hart verliet ik de crypte, de basiliek en Echternach. Ik zal met warmte terugdenken aan deze kleine bedevaart, als we in maart van dit jaar voor de vierde keer de Willibrord pelgrimstocht lopen.

Ben Lamoree, januari 2015
Ben Lamoree is vrijwilliger bij retraitecentrum de Spil. Hij is coördinator van de pelgrimstochten.

 


 

In het voetspoor van de Moderne Devotie (1)

Voetstappen, onderweg, voortgaand naar de verte, naar dat wat voor je ligt. Onbekend, maar met een doel voor ogen. Het Geert Grootepad. In gedachten, even alleen; dat wat boven komt, dat zo lang heeft liggen sluimeren, een ingeving, een hint van waar je gedachten nu heen mogen gaan. Of onderweg zijnd met de wind in je oren, de regendruppels in je haren, de kou die vanuit je ijskoude voeten en vingers naar boven kruipt. Afstand nemend van al wat je dagelijks zo bezighoudt. Wat houdt je gaande, waar ligt je kracht? Die lange afstand in kilometers nog te gaan, de blaren onder je tenen, de knellende band van de rugzak. Of alles, écht alles vergetend, in diepe stilte in je hele zelf, alles is tot rust gekomen. Lopend, in het ritme van je voeten, die je laten gaan, waarheen je zelf nog niet weet – je wordt geleid – voor even!?!

De stilte: Het blauwe lint aan de rugtas verwoordt in stilte dit gedeelte van je reis. Een ontmoeting – samen oplopend – hoe of ’t gaat, hoe ’t ervaren wordt, opbeurend, of met een vraag: waarheen je gaat, of ‘waarom?’ In de stilte van het ochtend- en avondgebed komt er ruimte, is er ruimte, in contact met God. Je mag daar voor Hem zijn, is Hij er voor jou. In zang, gebed en Woorden kom je tot elkaar  – een warm welkom én een zegen.Je wordt, met elkaar als groep, geleid en begeleid, haast vanzelfsprekend, door al degenen die dit zo zorgvol hebben voorbereid. Met telkens weer die persoonlijke vraag: ‘Hoe gaat het met je?’ , maar óók: ‘Waarom voel je je zo?’.

We zijn welkom in de gastvrije kerkgemeenschappen van Deventer tot in Zwolle – langs de weg van de Moderne Devotie. Elke avond, of eind van de middag zijn er onbekende, gastvrije gastouders voor de ontvangst van moeie, dankbare, hongerig pelgrims. Een wonder in deze tijd van individueel levende mensen: betrokken op een medemens, klaar staand in zorg voor de ander. Waar je je als pelgrim soms verlegen bij voelt worden. Kan en mag ik dat accepteren? Ja, dat is goed – in het contact met en voor elkaar – wederzijdse dankbaarheid en diepgaande gesprekken – in de avond en bij het ( uitgebreide ) ontbijt. En dan is het weer tijd voor vaarwel: een hartelijke groet en weer op pad.

Drie dagen wandelend door het gevarieerde natuur- en cultuurgebied van IJsselstreek en Salland. Geïnspireerd en geïnformeerd door de uitgezette en beschreven route van Geert Groote. Herbeleven van de actualiteit van de Moderne Devotie en haar waarde voor het heden. De persoonlijke beleving (in geloof), het sociale karakter van zorg dragen voor elkaar, de zoektocht en het geduld dat gevraagd wordt om mensen voor dit erfgoed te inspireren.

In de contacten met de velen die ik in deze vijf dagen heb mogen ontmoeten, zijn de onverwachte boeiende gesprekken me het meest bijgebleven. Ik ben getroffen en geraakt door de openheid en het vertrouwen in de vragen en antwoorden – uitgewisseld met elkaar: ‘Wie ben ik’ en ‘Dat ik er mag zijn’. In de stilte van de zonnige natuur, in het gras, is dat eigen geworden, ‘geland’. Aan het begin van de laatste gebedsviering; elk brandt zijn eigen lichtje aan het Licht van de Christuskaars, mag dát licht door en voor elkaar branden, en de levensweg van ieder, én die je ontmoet, verlichten.

Een dankbare pelgrim

2 juni 2014

 


 

Pelgrimstocht naar Athos, de heilige berg van de Grieks-Orthodoxie

In april 2013 maakte ik samen met mijn oudste zoon (22) een pelgrimstocht van vier dagen over het schiereiland Athos in het noorden van Griekenland. Athos is een van het Griekse vasteland geïsoleerde plek die alleen per boot te bereiken is en waar alleen mannen mogen komen. Er zijn twintig grote en eeuwenoude kloosters en vele kleinere nederzettingen van monniken. Om toegang te krijgen moesten we ruim van tevoren een aanvraag indienen via het pelgrimsbureau in Thessaloniki, een lastig en bewerkelijk proces, maar uiteindelijk was het ons gelukt om te kunnen inreizen.

Er zijn prachtige verhalen over de geschiedenis van Athos, hoe het door een bezoek van Maria ontstaan zou zijn, en van de lange geschiedenis tot in de huidige tijd. Wij gingen er heen om meerdere redenen. Behalve een interesse in kloosters en in de oude kerken van de Levant (eerder had ik Koptische kloosters bezocht in Egypte) was het ook een gelegenheid om als vader en zoon op pad te zijn, niet alleen maar als toeristen, maar als pelgrims. We hadden eerder samen reizen ondernomen naar Schotland en Portugal, maar dit was anders dan anders. De ferry vertrok om 6.00 ’s morgens en met een kajuit vol andere mannen voeren we weg. De boot bracht ons naar het verste puntje van het schiereiland waar we met twee jonge monniken en een stokoude man werden afgezet op een rotsige kust waar het niet makkelijk landen was. Terwijl de monniken wachtten op de muilezels liepen de oude man en wij naar boven, een stevige klim tegen de bergwand op. Het was plezierig om zo onze eerste schreden te kunnen zetten met een Griekssprekende metgezel. Hij hielp ons naar het eerste gastenhuis van waaruit hij een andere route zou nemen naar zijn bestemming halverwege de berg. Wij gingen op weg naar het klooster Groot Lavra. Of we een muilezel wilden soms? Nou nee, bedankt, geen idee hoe om te gaan met zo’n dier. Onderweg kwamen we een monnik tegen die ons de weg wees en vroeg of we onze rugzakken niet even op zijn ezel wilden binden. Dat was heel welkom, want het smalle pad had veel pieken en dalen.

Ontmoetingen horen bij de mooiste ervaringen van een pelgrimstocht. Wie schetst onze verbazing toen we na vier uur lopen vlak bij onze bestemming de wildernis uitliepen de asfaltweg op? en daar onmiddelijk een auto stilhield met daarin een man met wie we op de boot hadden gesproken. Hij nam ons mee, liet ons de grot van de heilige Athanasius zien met prachtige ikonen, en leverde ons af bij ons klooster waar hij ook verbleef als generatortechnicus. In het klooster Karakallou ontmoetten we de Nederlandse monnik Pachomios. We werden allerhartelijkst door hem en zijn broeders ontvangen, en hij heeft ons veel verteld over de orthodoxie en wat het is. Hij nodigde ons uit voor een dienst waarin een eeuwenoude hymne zou worden gezongen (de Akathist) en die die nacht om 2.00 zou starten. Maar, zei hij er bij, je kunt gerust wat later komen hoor. Om 4.00 schoof ik aan in het voorportaal (niet-orthodoxen mogen niet in de kerk zelf tijdens diensten, dat is voorbehouden aan orthodoxen) waar ook andere monniken de dienst wat op afstand meemaakten. Veel zachte zang, veel beweging (niemand zit stil) in een heel bijzondere sfeer. Er werd die nacht bovendien een nieuwe monnik verwelkomd en ingezegend. Bij het ontbijt mocht hij naast de abt zitten.

Veelbetekenend was ook de ontmoeting met broeder Nectarios uit het klooster Filotheou waar we de laatste nacht op Athos doorbrachten. We waren ’s middags naar een ander klooster gelopen om het te bekijken en op de terugweg bleek dat we veel te laat zouden zijn voor de vespers in Filotheou.

Terwijl wij daar al in berustten stopte er een auto op de weg en de broeder Nectarios vroeg ons waar we heen gingen. Filotheou dus, en dat bleek zijn klooster te zijn. We konden dus instappen. Hij scheurde als een gek want, zo zei hij, hij moest over enkele minuten zingen in het koor tijdens de vespers. Onderweg had hij nog wel tijd om te vertellen over zijn werk als opzichter over het houthakken in de bossen van het klooster (kastanjehout is een belangrijk exportproduct van Athos) en over de Griekse doelman van Feyenoord met wie hij die middag nog had gesms’t (de meeste monniken hebben mobiele telefoons). Pas later drong het tot ons door hoe bijzonder het was dat hij voor ons was gestopt terwijl hij zoveel haast had om op tijd te zijn voor zijn koorzang. Hij gaf zijn aandacht aan de onbekende gasten voorrang boven zijn plichten als koorzanger.

Met een onvoorstelbare hoeveelheid bijzondere ervaringen verlieten we na vier dagen Athos weer. Terug op de boot naar Ouranoupoli en de ‘gewone’ wereld. De wereld waar luxe en gemakken beschikbaar zijn, maar waar gebed en persoonlijke heiliging veel minder gewoon zijn dan op Athos. Een reis van vier dagen terug in de tijd naar de heiligdommen van het oude Byzantium was ten einde.

Ben Lamoree, 17 juni 2013
Ben Lamoree is vrijwilliger bij retraitecentrum de Spil. Hij is coördinator van de pelgrimstochten.

 


 

Een biddende torenvalk

Op zaterdag 26 januari, de laatste dag van de vorstperiode van het begin van dit jaar, heb ik de pelgrimswandeling gemaakt van Ravenstein naar Megen en terug uit het boekje van medepelgrim en blogger Anton Sinke (zie deze link). Ik had veel te overdenken en in gebed te brengen en 20km wandelen door winterkou en verlatenheid leken me de juiste manier om daar ruimte voor te vinden.

Het werd één van de mooiste pelgrimswandelingen die ik gemaakt heb. Het koude weer schrok veel wandelaars af of trok hen naar het ijs. De route loopt voor een flink deel door de uiterwaarden van de Maas. Een leeg gebied waar door de sneeuw goed zichtbaar was wie en wat er zich had bewogen de afgelopen tijd. Waar ik af en toe nog op paadjes liep waar enkele wandelaars mij waren voorgegaan liep ik al snel alleen verder in hertensporen. Ik ontdekte dat je die sporen gerust kunt volgen, het zijn de handigste routes door een gebied die steevast langs de grootste bomen en de best begaanbare stukken gaan. De enorme hoeveelheden eenden, ganzen, meerkoeten en aalscholvers namen mij de tocht over de Maasoever overigens niet in dank af en maakten luidkeels baan bij mijn nadering. Een school van minstens 50 putters vloog op uit een boompje om zich snel daarna weer knus bij elkaar dicht tegen de takken en de stam te vleien, vluchtend voor de kou.

De cadans van de wandeling bracht mij in eerste instantie geen rust, geen introspectie, maar vooral drukte in mijn hoofd. Terwijl de gedachten maalden verloor ik het zicht op de prachtige omgeving. Een stop bij het prachtige kerkje van St. Jan de Doper in Neerlangel was even een onderbreking maar daarna namen de cirkelgedachten het weer over. Lopend op de Maasdijk werd ik me hier van bewust. Voor mij langs de dijk stond een torenvalk stil in de lucht. Bidden wordt dat genoemd, hoewel hij in werkelijkheid naar iets eetbaars zoekt. De biddende torenvalk deed me opschrikken uit mijn gedachten. Het was alsof hij het goede voorbeeld gaf: ga bidden. Zo kwam ik aan in Megen, een klein plaatsje met twee kloosters (Franciscanen en Clarissen) waar ik een tijdje heb doorgebracht in de mooie (en gelukkig verwarmde) grafkapel van het ‘Heilig Bruurke’ Everardus. Hij die bekend stond om zijn diepe gebedsleven, ik vond het passend om bij zijn graf tot God te bidden en Zijn Geest te vragen mij te helpen bij wat mij bezighield.

Na een kop koffie uit de thermosfles en een preventieve pleister tegen blaren ging ik op weg terug naar Ravenstein. De sneeuw was inmiddels beginnen te vallen waardoor de wereld die prachtige verstilde zweem krijgt. De kou en het gebed helderden ook mijn gedachten op. Wit als een sneeuwmannetje kwam ik weer in Ravenstein aan. Maar met een warm hart.

Ben Lamoree, 26 januari 2013
Ben Lamoree is vrijwilliger bij retraitecentrum de Spil. Hij is coördinator van de pelgrimstochten.

 


 

Een minipelgrimage naar Scherpenheuvel in België

In de week voor Kerst was ik ‘in retraite’ bij de broeders Norbertijnen van de Abdij Averbode in België. De plek was mij eerder dit jaar aanbevolen door kennissen en omdat ik een plek zocht voor rust en afzondering viel de keuze op Averbode. De abdij is gesticht in de 12e eeuw en de plek ademt inderdaad een sfeer van eeuwenoude rust en toewijding. Een dertigtal monniken in Averbode vormt de kern van een grotere groep die over de wereld is verspreidt. In de prachtige abdijkerk wordt drie maal daags het getijdengebed gevierd, een ritme dat goed past bij wat we gewend zijn ‘thuis’ in retraitecentrum De Spil.

Averbode blijkt op wandelafstand van het bedevaartsoord Scherpenheuvel te liggen, één van de meest populaire bedevaartsplaatsen in België. Zo’n kans laat je als fervent pelgrim niet liggen, dus op een mistige maar droge woensdag ging ik na het ochtendgebed op pad, gewapend met een wandelkaart van het gebied, gekocht in de abdijwinkel. De wandelroute loopt langs een knooppuntennetwerk en is goed aangegeven met duidelijk zichtbare bordjes. Een prachtige route, deels langs wegen en door dorpen en deels door het stille boerenland. Op de route nog verschillende oudheden en menige kleine kapel. Na twee uur lopen kwam boven de velden en door de mist de grote koepel van de basiliek van Scherpenheuvel in zicht.

De geschiedenis van Scherpenheuvel gaat terug tot de Middeleeuwen. Volgens een oude legende stond er op de plaats van de huidige basiliek vroeger een kruisvormige eik waarin een Mariabeeld hing. In 1602 werd bij de eik een houten kapel geplaatst en al in 1604 kwam er een grotere, stenen kapel. De plek werd razendsnel populair en in 1609 namen de aartshertogen Albrecht en zijn vrouw Isabella de bouw ter hand van de huidige basiliek, als dank voor de verdrijving van de calvinisten uit de zuidelijke Nederlanden. De kerk werd ingewijd in 1627 en het verhaal gaat dat bij die gebeurtenis de aartshertogin handenvol goud en juwelen neergooide op de trappen van het altaar, als symbool van de ondergeschiktheid van de aardse rijkdom aan de hemelse. Ik heb zelf kunnen waarnemen dat het gebruik nog altijd bestaat: een vrouw gooide een bankbiljet over het hek en nadere inspectie deed blijken dat ze niet de enige was. Ook bijzonder: begin 2011 ontving de basiliek van paus Benedictus de Gouden Roos, een hoge en bijzondere onderscheiding in de katholieke kerk. De roos is in de kerk te zien in een goed beveiligde crypte.

Zo’n basiliek is een goede plek voor persoonlijk gebed, ook als je niet katholiek bent zoals ik. Je bidt er nooit alleen. Een goed moment ook om op te merken hoe de katholieke traditie op punten toch echt flink verschilt van de protestantse. De prominente aanwezigheid van Maria bijvoorbeeld, en de relatief beperkte aanwezigheid van het kruis ten opzichte van andere geloofsuitingen. Het gebruik van teksten uit de Bijbel in de liturgie zonder aan te geven waar die te vinden zijn, ondenkbaar in de protestantse sola scriptura traditie. En wat ik persoonlijk vreemd vind: de afwezigheid van de Christuskaars op plekken waar veel kaarsjes worden gebrand. In de Spil passen we dat soms toe in de liturgie: het aansteken van jouw licht aan de Christuskaars. Enfin, ieder zijn traditie.

Op de terugweg, het begon al vroeg te schemeren zo in de donkere dagen voor Kerst, stuitte ik vlakbij de abdij op een kapel die voor de verandering niet aan Maria was gewijd, maar aan Jezus Christus zelf. Daar heb ik toch maar een kaarsje aangestoken…

Ben Lamoree, 24 december 2012
Ben Lamoree is vrijwilliger bij retraitecentrum de Spil. Hij is coördinator van de pelgrimstochten.

www.abdijaverbode.be

www.scherpenheuvel.be

 


 

Hoe een apostel verhuisde door het Tweede Vaticaanse Concilie

In de herfstvakantie waren we in het Moezelgebied en bezochten we Trier. Deze oude bisschopsstad, met bezoekwaardige restanten uit de Romeinse tijd, huisvest ook het enige apostelgraf boven de Alpen. In de laat-romeinse tijd, tijdens het bewind van Constantijn de Grote die later de eerste christelijke keizer zou worden, bracht zijn moeder Helena een bezoek aan het Heilige Land. Doel van haar missie was het vinden van het ‘ware’ kruis, wat ze volgens de verhalen ook gevonden heeft (vandaar dat ze afgebeeld wordt met de 3 grote spijkers waaraan Jezus gehangen zou hebben). Als een soort ‘bijvangst’ ontdekte ze het lichaam van de apostel Mattias.

Mattias wordt door het kerkelijke publiek vaak verward met Matteus, de evangelieschrijver en tollenaar. Maar Mattias is de ‘dertiende apostel’, een volgeling van Jezus die na het verraad en de dood van Judas door het lot zijn plaats kreeg toegewezen in de rij der apostelen. Na de hemelvaart van Jezus wilden de apostelen hun aantal weer aanvullen tot twaalf en zochten tussen de volgelingen naar een man die de hele tijd met Jezus meegetrokken had en van onbesproken gedrag was. Uit de twee kandidaten werd Mattias geloot als vervanger voor Judas. De kerkvaders hebben het overigens met die loting nog moeilijk gehad. Zij onderwezen immers dat christenen niet mochten dobbelen… Ze vonden uiteindelijk een theologische oplossing: vóór de uitstorting van de heilige Geest verkoos God mensen door het lot, daarna werden ze geroepen door de Geest.

Over Mattias is verder in de Bijbel niets meer vermeld. Volgens legenden zou hij mogelijk onthoofd zijn met een bijl (vandaar dat hij altijd wordt afgebeeld met een bijl).

Helena bracht het lichaam van Mattias naar Trier (de toenmalige hoofdstad van het West-Romeinse rijk) waar het ligt begraven in de Matthiaskirche. Dit apostelgraf is niet het bekendste pelgrimsdoel in Trier. Veel bekender is de ‘mantel van Jezus’ die bewaard wordt in de Dom en zo nu en dan tentoongesteld wordt. De laatste keer was in 2012 en vanuit de hele wereld kwamen duizenden mensen om deze te zien. Hoeveel zijn er doorgelopen naar de Matthiaskirche?

Vrouw en dochter gingen winkelen en gaven mij een paar uur ‘vrij’. Tijd genoeg voor een mini-pelgrimage vanuit het centrum van Trier naar het apostelgraf. Je moet weten waar dit is want vanuit het centrum zijn er geen bordjes en in het trottoir geen Jacobsschelpjes… Als een echte pelgrim kijk je toch goed om je heen om te zien of je al iets kan vinden van het naderende heiligdom. Al lopende door de Saarstrasse valt mijn oog op de Apostel-apotheke. Even verderop is de Mattheiser Kosmetik und Fußpflege te vinden, tevens afhaalpunt van de firma Otto. Als je daarna een Kegelsporthalle St. Matthias en de Mattheiser Stube tegenkomt weet je  zeker dat je goed zit. De straatnaam verandert dan ook in de Matthiasstraße. Op het volgende kruispunt, vlak bij de kerk, zit zowaar een sticker met een Jacobsschelp op een lantaarnpaal. Wat blijkt, langs de Matthiaskirche loopt de Jacobsweg, de Duitse route naar Santiago de Compostella waar een andere apostel begraven ligt.

In de Matthiaskirche is het rustig, zeg maar uitgestorven. De donkere, eenvoudige kerk nodigt uit tot verstilling. Midden in de kerk, vlak voor het modern-strakke hoofdaltaar ligt een standbeeld van de apostel en onder de grond, in de crypte, is zijn sarcofaag te vinden recht onder het altaar. Zo viert de kerk het martelaarsoffer binnen de gemeenschap van de heiligen.

In de crypte is echter iets vreemds aan de hand. Normaal is dit het oudste deel van de kerk maar hier tref je rondom de sarcofaag moderne strakke zuilen aan. Ook het plafond en de wanden zijn voorzien van een hele moderne ommanteling. De rest van de crypte is veel ouder.

De verklaring van dit moderne deel van de crypte heeft zijn oorsprong in het Tweede Vaticaanse Concilie, nu vijftig jaar geleden. De hierna in gang gezette vernieuwingen in de liturgie veranderden de rol van de priester. Voor die tijd verrichte deze de liturgische handelingen met het gezicht naar het hoofdaltaar wat opgesteld stond aan de oostkant van de kerk. De priester keek dezelfde kant op als de gemeente. Het kerkelijke publiek zag dus alleen zijn rug en moest vaak maar raden wat hij aan het doen was. Na Vaticanum II draaide de priester zich om en keek de gemeente aan. Het altaar werd tussen de priester en de gemeente geplaatst, meer naar het centrum van de ruimte. De priester verricht sinds die tijd de liturgische handelingen achter de tafel met zijn gezicht naar de gemeente, als vertegenwoordiger van het goddelijke.

Overal ter wereld werden nieuwe altaren gebouwd. Vaak bleef het oude altaar staan, maar niet in de Matthiaskirche. Dit had gevolgen voor de laatste rustplaats van de apostel: de crypte werd verder uitgegraven tot onder het nieuwe altaar en de sarcofaag met Mattias werd verplaatst. Zo verhuisde Mattias ten gevolge van een Vaticaanse beslissing. Wel sympatiek: boven de sarcofaag is een gleuf aangebracht in de kerkvloer. Mocht Mattias zijn ogen opslaan dan ziet hij het altaar en kijkt hij de kerk in!

Ook een (mini)pelgrimstocht gemaakt? Reageer!

Anton Sinke, 24 december 2012
Anton Sinke (www.antonsinke.nl) is mede-auteur van Wandelen langs heilige plaatsen (link), deel 1 en 2, twee wandelboekjes met eendaagse pelgrimstochten naar actieve bedevaartplaatsen in Nederland. Ook schreef hij het zakbeeldboekje Kerken, kapellen en kathedralen (link). Beeldgids voor de vakantieganger. Hierin beschrijft hij op toegankelijke wijze de beeldcultuur van de westerse kerk, inclusief de legendes. Rijk geïllustreerd met honderden kleurenafbeeldingen.